View 2026 Juni en Juli flipbook.
2026 15 juni In memoriam Mijn moeder kwam op een bijzondere dag ter wereld: 6 augustus 1945. De bom in Hiroshima betekende het begin van het einde van de Tweede Wereldoorlog. Een oorlog die wereldwijd miljoenen slachtoffers had gemaakt. Annelies had van dat alles geen weet. Zij kwam ter wereld op de boerderij van Chiel van Boven en Cornelia Buijs in een liefdevol gezin hier vlakbij aan de Hoge Dijk. Cornelia was in Middelharnis opgegroeid, waar ze al op jonge leeftijd naar kostschool moest. Haar schooltijd was kort. Ik weet nog dat oma tegen me zei: Wees maar blij dat jij nog naar school kan hoor. Ik moest al op mijn 13e de koeien melken. Toen mijn moeder werd geboren in 1945 bestond het gezin uit 6 kinderen. Het oudste kindje was een meisje dat in januari 45 stierf aan een hartkwaal. Toen Annelies in augustus werd geboren kreeg ze dezelfde namen als dit meisje. Na ma kwamen er nog 6 kinderen. Opa en oma sliepen beneden en op zolder waren kamers gemaakt voor de kinderen. Toen de jongens ouder werden hielpen ze hun vader op de boerderij. Ook was er nog een inwonende opa. Ma vertelde hij voor iedereen elke dag de aardappels schilde. Dat moet een flinke pan zijn geweest. Het was een hecht gezin, er was geen luxe, maar ook geen grote armoede. Toen ma 7 jaar oud was werd in de nacht van 1 februari 1953 Nieuw-Vossemeer overspoeld door het water. Vanaf de zolder werd het gezin in bootjes weggevoerd. De familie werd opgevangen in Oost-Brabant. De oudste kinderen werden gescheiden van oma. Daarna vertrok opa elke dag naar het getroffen Nieuw-Vossemeer. Pas na lange tijd konden ze weer terug naar hun huis. 50 inwoners uit het dorp vonden die nacht de dood. Hier vlakbij is het monument voor de slachtoffers. Op foto’s van het gezin ziet iedereen er gelukkig uit. Genoeg zusjes om mee te spelen, uitjes met de gidsen en ook kampen. Soms kwam er familie langs of speciaal bezoek uit Noorwegen, ‘tante zuster’ die werkte daar als non in het ziekenhuis. Toen iedereen ouder werd kwamen de verkeringen en werd er getrouwd. Mijn vader leerde ma al jong kennen op de kermis. In 1970 trouwden ze, ma was toen 24 jaar.
Vanuit het volle huis naar de bungalow in de Vierhoeven zal het wel even een overgang zijn geweest. In 1971 werd ik geboren en in 1973 mijn zusje Sylvia. Het was een gelukkige tijd. Naast de zorg voor haar gezin ging ma wekelijks schoonmaken bij oma. Ma nam ons mee naar de bibliotheek en las ons voor uit Dick Bruna. Wij vulden de zinnetjes aan. Klaas en Keesje Kool liepen op een rijtje naar de kleuterschool. Ma naaide kleren en knuffels voor ons. Al onze schoolschriften en tekeningen bewaarde ze. Ze vond het belangrijk dat we goed ons best deden op school. Thuis vond ze het leuk om met het interieur bezig te zijn, dus de meubels veranderden weleens van plaats. In de zomer werd de koelbox ingepakt en gingen we met het hele gezin naar het strand. Ik weet ook nog dat we een dagje gingen kayakken in de Ardennnen. Het liep niet helemaal goed af want het eindigde dat we in onze onderbroeken over de weg terug liepen. Toen we op de middelbare school zaten ging ma nog een opleiding in de zorg volgen. Ze zat met veel jongere leerlingen in de klas en ze vond dat die de leraar maar veel tegengas gaven. Zo was ma niet opgevoed. Je was rustig en je luisterde naar de leraar. Bescheiden. Na haar opleiding ging ze aan de slag in de zorg in Bergen op Zoom en Steenbergen. Ma was geïnteresseerd in mensen. Ze hield van kaartjes schrijven, hield alle verjaardagen bij en belde als mensen ziek waren. Bij tegenslag ging ze de zaken met humor te lijf. Familie, buren, kennissen, iedereen was altijd welkom. Koffie en koek stonden altijd klaar. Klagen deed ze niet en zelf vroeg ze nooit om hulp. Dat was niet haar karakter. Ma kon niet tegen ruzie of geweld. Als er op tv beelden waren van oorlog, een bokswedstrijd of dierenleed, zei ze: Zet hem maar op een andere zender. Ze trok zich het leed van anderen aan. Verjaardagen werden groots gevierd zoals met een grote tent naast het huis toen ze 50 werd. Gelukkig bleef ma nog goed opletten want een van de gasten was bij toiletbezoek in de struiken beland. Toen Stan, Lara en Roos geboren werden was ma een liefdevolle oma. De cijfers van hun rapporten hield ze bij op papier. Ik wil graag eindigen met ma’s eigen woorden. Het is een fragment uit een gedicht dat ze schreef in 1978, toen de Katholieke Vrouwen Organisatie haar jubileum vierde en ma in het bestuur zat. Dit zijn woorden van Annelies zelf:
(….) Van het verleden weten we nog veel en ook van het heden krijgen wij ons deel Maar wat de toekomst zal brengen voor ons allen Dat weten we nog niet zo goed, ik hoop dat het mee zal vallen Het blijft maar de vraag of wij nog beleven Dat we misschien in de toekomst op de maan gaan leven Of op een andere planeet God alleen, die dat nu weet Wij wachten dus maar af Uitvindingen op allerlei gebied, daar blijven wij als KVO vrouw nog maar even van af Want voor de toekomst van onze kinderen -onze naasten- onszelf, de vereniging en ons gezin daar zetten wij ons voorlopig maar voor in Wij willen bouwen aan het levensgeluk van velen om ons heen Door te helpen waar dat nodig is, menigeen Ook zal de ontwikkeling op vele gebieden steeds verder gaan Wij als KVO vrouwen zullen trachten ons ‘mannetje’ te blijven staan. Ma je hebt ons allemaal zoveel gegeven, dank voor alles.
9 juli Ik zit in de trein naar Brabant. Ik ben er één keer geweest na de begrafenis op 15 juni en nu dus de tweede keer. Mijn zusje haalt me zo op bij het station. Ik was dinsdag nog even op de academie. Ik ben er drie keer geweest. Elk jaar ga ik. Ik kan me voorstellen dat het voor jou anders is. Terug op je werkplek. Misschien de confrontatie met frustraties. Beladen dingen. Een opluchting misschien om er weg te zijn. Voor mij is het anders. Zoveel jaar later vind ik het alleen maar fijn om er rond te lopen. Ik had fijne gesprekken met een paar afstudeerders. Ik vind het ook altijd interessant om elk jaar te kijken wat de tendenzen zijn in de kunst. Is er een algemene lijn qua thematiek. De thema’s: zorg over het klimaat, massatoerisme. Ecologische thema’s. Maar ook de binnenwereld van mensen. Jouw plek in de wereld. Wie ben je temidden van onze veeleisende maatschappij? Kan je jezelf zijn? Wie ben je als man? Als vrouw? Genderkwesties. Een gewelddadige jeugd. Ik keek naar een performance. Een opstelling met een soort poppenkast. Heel grappig, het thema ‘conferenties’ werd op de schop genomen. Er zat veel humor in. Het publiek moest elkaars hand pakken. Het was grappig en ontroerend. Die humor mis je weleens, soms is de thematiek zo zwaar. Is there anything interesting in Roosendaal? vraagt een Brit aan een andere Brit in de trein. Nee, zou ik zeggen. Carine groeide ook op in Roosendaal, vertelde ze me. Ze wil er nooit meer heen. Ik heb gisteren een mail gestuurd dat ik niet in de cliëntenraad blijf van Heerma State. De vergaderingen zijn in de avond. Het is me teveel. Ik wil wel binnenkort de mensen nog opzoeken die ik ken. Er waren overal eettentjes in de academie. Net als overal in de wereld nu. Alle panden die leegstaan worden horecazaken. Wel jammer. Eten en drinken. Ten koste van de boekhandels of andere cultuur. Maar ondertussen heb ik er ook lekker 3 dagen zitten knagen. Een poke-bowl, frietjes, een broodje. Dus ik doe eraan mee. Gisteren was ik even in de boekhandel bij Léon, er was een spreekster van het Etty Hillesum centrum en een Koerdische dichter. Hij had nog geen vaste verblijfsvergunning. De dichter las voor uit zijn Nederlandse bundel. De mensen die alles hebben en de mensen die niets hebben. Alles verscherpt zich in de wereld.
Na afloop ging ik nog wat drinken met Léon en een vriend die in Amsterdam woont. Ik zeg maar even B. want ik hou het maar een beetje anoniem met namen. B. heeft sinds twee jaar een relatie, ik ben blij voor hem. Zijn vriend komt uit Ierland en woont ook in Amsterdam. Ik vroeg of ze samen naar Ierland op vakantie gingen. Nee zei B, hij is nog niet uit de kast gekomen. 46 jaar en dan nog niet uit de kast. Wat verdrietig. Voor hemzelf en voor B. Op de academie kwam ik in een lokaal waar we volgens mij in het tweede jaar les van jou hadden. Het was een lokaal waar toen de tafels een beetje in opliepen naar de achterkant. Kan je je dat nog herinneren? Ik geloof op de tweede verdieping. Toen ik er in de buurt liep moest ik eraan denken. Even naar dat lokaal toe. Ik liep er binnen. Er stond een hemelbed. Ik keek door de gordijnen van het bed. Je mocht observaties opschrijven over je bed. Wel typisch dat het bed net in dit lokaal stond. De ramen stonden open. Een vlag wapperde. Ik keek over de daken. Was het in 2003 of 2004 dat ik hier zat? Studenten komen en gaan. De wereld verandert. Ik hoop dat ze hun plek kunnen gaan vinden in de huidige wereld. Zoveel uitdagingen. De kunstwereld, werk, wonen. Ik sprak met een Russische studente. Ik had haar getipt op SEE lab. Ze hebben een project space en ik dacht dat haar werk, de video en de panelen met textiel en gips er mooi zouden passen. Ik ken de plek, zei ze. Take care and good luck, zei ik. Het lukt wel, zei ze. Woensdag is de afsluitende les voor de zomerstop bij theater De Vaillant. Ik geef er nu al wel 6 jaar les, soms met tussenpozen. Eerst tweewekelijks, dit jaar wekelijks. Om 11.00 leg ik de spullen klaar, dan eten we om 12.00. Soep en een tweede gang, klaargemaakt door leerlingen van een school. Om 13.00 start de les. Sommige deelnemers ken ik nu al 7 of 8 jaar. Christine, Jopie, Suzanne, Corry, allemaal tachtigers. Verder Mariska, Carla, wat jonger. Dan Hilly, een vriendelijke Surinaamse dame. En sinds kort Christiane, geboren in Zuid-Amerika. Nader, een oogarts, gevlucht uit Syrië. Sylvia en Teuni, twee vriendinnen, opgegroeid in de Schilderswijk. Elke keer moet ik wat verzinnen voor de laatste les. Ik had een keer placemats laten drukken met het werk erop. Ook had ik een keer een presentatie met de beamer op een groot scherm. Een presentatie op een grote tv met een persoonlijk praatje voor elke deelnemer, dat werd erg gewaardeerd. Ansichtkaarten. Deze keer wilde ik een kleine presentatie maken op de expositiewand in de kelder, maar er was al een expo. Ook later in het jaar kon ik de wand niet gebruiken. Lastig. En sommige deelnemers zijn zo trots op
hun werk dus ik wilde wel iets maar er was letterlijk geen ruimte. Ik wist het niet meer eigenlijk en had ook niet veel puf. Door de poppenkast op de academie kwam ik op het idee van een popup expositie. Ik heb al het werk mee naar huis genomen en nu probeer ik op een groot uitklapkarton en grote groene tekenmappen die je open kan klappen een klein uitstalexpositie te maken. Misschien ook in dozen en op grote kartonnen. Iets wat ik in een uur kan opzetten. De hele woonkamer staat nu vol. Daar krijg ik dan energie van en kom ik in een flow. Ik heb niet veel tijd maar het moet lukken. De trein rijdt nu langs Zevenbergen. Windmolens, graanvelden. Het is fijn om te schrijven met de gedachte dat je het gaat lezen.
De terugreis Het was fijn even een middag en avond in Brabant te zijn. Even uit de stad. Jacques en Jeanne kwamen langs bij mijn vader. Een nicht van mijn vader. Ik ken ze al sinds ik een kind was. Een lief stel. Ze kregen nooit kinderen. Daar hadden ze verdriet van, maar ze zijn er goed in geslaagd om gelukkig te zijn met wat er wel is. We zaten in de tuin. Mijn zusje had iets lekkers gehaald. Zomer op het platteland. In de avond ging ik met mijn vader naar het graf. Mijn zusje had plantjes gekocht en die waren er geplant. Lavendel en nog een andere plant. Pa gaf de plantjes water met de gieter. Lavendel staat ook in de tuin bij mijn ouders, het is een plant die goed tegen de volle zon kan. Ik kan me voorstellen dat het heel fijn voor je is nu om de tijd aan jezelf te hebben. Lezen, tekenen, muziek maken, sociale afspraken, koken, fietsen, schrijven, klusjes. Zo stel ik het me voor. Als je dat zo kan doen dan snap ik dat je gelukkig bent. Als ik veel tijd voor mezelf heb maakt me dat ook gelukkig. Als kind had ik dat al. Lekker lezen, uitslapen, op mijn kamertje prutsen, in schriftjes tekenen en schrijven, films kijken, naar het bos en strand, wat winkelen in de stad. Ik hoef eigenlijk niet zoveel. En ik ben een heel sociaal mens maar dingen voor mezelf doen heb ik echt nodig om op te laden. Soms zuigen mensen me leeg.
14 juli Vandaag heb ik heel de dag gewerkt aan de pop up expositie. Morgen breng ik alle kartonnen en dan wil ik woensdagochtend alles inrichten. Ik heb Pim gemaild en die komt even een handje helpen. Ik kan het wel alleen maar Pim erbij is toch wel fijn voor als het toch tegenvalt. Doerak loopt tussen alle kartonnen door. Zo fijn om een dier te hebben. Ik slaap heel de tijd in de woonkamer omdat ik het boven te warm vind. Ik heb een heel knus hoekje naast de tafel en mijn kleine boekenkast. Het is een heel gezellig hoekje. Boekjes, ventilator, lampje. Net een beetje vakantie in eigen huis. Zou heerlijk zijn als je het hier even kon zien. Een nachtje hier als een soort Peter Pan, vliegend door de lucht. Ik zie heel de tijd vlinders. Mensen zeggen dat de overledenen vlinders worden. Mijn moeder? Ik heb al twee keer een vlinder in huis gehad en buiten ook al twee keer een vlinder gezien. Het dringt niet zo goed door dat ze er niet meer is. Ik ben wel heel blij, zo opgelucht dat ik niet meer naar dat verpleeghuis hoef. Dat voel ik nu pas. Kennelijk vond ik het toch veel zwaarder dan ik dacht. Paustovski, wat is het toch prachtig. Ik las nu over Lolja. Tussendoor lees ik ook nog een boek over Levie de Lange. Ik las het boek al eerder. Een man die opgroeide in de Amsterdamse Jodenbuurt. Straatarm. Elke dag is een strijd om te overleven. Onvoorstelbaar. Hij weet van alles hoeveel cent iets kost. (Dat is echt kenmerkend als je echt in armoede leeft. Dat is nu nog steeds. Mensen die te weinig geld hebben zijn heel de tijd met prijzen bezig) Zijn vriendinnetje raakt zwanger. Als ze 18 is wordt het eerste kindje geboren. Dan trouwen ze. Zo ging dat in die tijd. Er worden 15 kinderen geboren. Twee tweelingen. Er is geen wiegje voor de kinderen, ze slapen in een sinaasappelkistje. ‘Het Spaans ameublement.’ Alle kinderen worden vermoord in de oorlog. Alleen Levie overleeft. Deze man. Paustovski. Wat een tijden. Wij hebben het zo goed, zo goed. En waarom voelen we het dan niet altijd zo?
Donderdag 23 juli Ik zit in de trein op weg naar Brabant. Mijn zusje is vorig weekend weer in haar eigen huis gaan wonen. Dus het gezin met hond is weer weg uit het huis bij pa. Wel een overgang voor hem. Ik belde hem dinsdag op. Hij had alle condoleancekaarten nog eens gelezen en had zitten huilen. Verdrietig hoor. Ik ga nu naar pa toe en blijf tot zondag. Morgen ga ik met hem mee naar de arts. Mijn vader wil een euthanasieverklaring. Hij wil niet naar een verpleeghuis mocht het nodig zijn. Ik snap het. Ik wilde het zelf ook al niet en na wat ik bij ma heb gezien al helemaal niet meer. En ma wilde het zelf ook niet. Ik ben op het moment heel erg moe. De vier lessen die ik deze week gaf waren erg leuk, er zat ook een excursie bij naar het Kunstmuseum. Maar het moest ook wel uit mijn tenen komen. Ik tel af tot de laatste drie lessen volgende week. Daarna even een maand niks. Pffff. Mijn zusje had hetzelfde zei ze. Werken lukte nog net maar dat was het ook. Ik denk dat alles er nu uitkomt. Alle stress, alle zorg, al het overeind blijven voor pa en ma. Het afscheid. De schilderlessen waren leuk om te geven. Het programma was van een andere docent die ziek was dus ik had het maar zelf ingevuld. Het leuke was dat het in een tekenlokaal was in het Zandvliet College aan de Bezuidenhoutseweg. De school was heel mooi van binnen met aan de achterkant uitzicht op het Haagse Bos. Leuk om echt zo’n lokaal te hebben. Alleen de betaling zit me wel dwars. De deelnemers hadden € 150 euro betaald voor 4 lessen. Dus € 1500 euro voor 10 deelnemers. Terwijl ik maar € 38,00 per uur krijg (voor 9 uur) en nog een klein beetje voor de voorbereiding. Het verschil is wel heel groot. En ik vind het ook raar want je zou verwachten dat een Volksuniversiteit toch aan fair pay doet. Dat tarief staat geloof ik op € 55,00 per uur. Ik moet misschien maar zelf eens een ruimte huren bijv bij het Koorenhuis (€19,- per uur) en dan daar lessen geven. Ik denk dat ik een nieuwsbrief ga maken, iemand tipte me voor mailchimp. Ik moet alles ene stapje hoger tillen om meer stabiliteit te krijgen want ik denk wel dat er een markt is voor mijn lessen. De mensen van de lessen deze week waren zo leuk. Een vrouw, Linda, ging me telkens een hug geven, ‘dat doe ik normaal niet’ maar je moeder is net overleden.’ Een andere jonge vrouw, lerares Spaans en afkomstig uit Peru, nam Ferrero Rocher voor me mee. Een ander schreef op haar blog over de lessen. ‘Dat klinkt als een goede leraar’ schreef iemand in de reacties. Ook was er een vrouw, gepensioneerde wandelcoach die ging nadenken of ze me kon helpen met dominante mensen in een groep. Haha. Dan krijg ik ene gratis wandelsessie. Nou ja, je maakt wat mee. Ook een jong iemand met een burn
out en iemand van een ministerie die ontslag had genomen om een burnout te voorkomen. Er is toch iets mis met de werkdruk. Ook de rol van de telefoons denk ik. Ik vind het zo leuk om mensen te inspireren. Daar zou ik toch ook van moeten kunnen leven. Verder denk ik wel dat ik geen burn out krijg omdat ik toch veel tijd voor mezelf heb en tijd om alle indrukken een plek te geven. Ik heb wel zin om even naar Brabant te gaan. Dat is ook zo’n andere wereld dan de randstad. Even platteland, horizon, rust en ruimte. Weg van de volle treinen, telefoons, koptelefoons, troep op straat, agressie. Soms moet je ook even gewoon niemand om je heen. Lekker in de tuin bij mijn vader en wat prutsen. En eind oktober nog twee weken naar Ameland. Daar ben ik ook erg aan toe. Dan maar even wat minder lessen. Mijn nek en schouders zijn een plank. Ik ga kijken of ik een massage kan nemen. Af en toe heb ik ook last van tintelingen in mijn linkerhand, ik denk een beknelde zenuw. Uit het raam zie ik een hele grote kermis. Tilburg. Ik heb weer een soort elfstedenroute. Via Amsterdam naar Utrecht naar Den Bosch door naar Roosendaal. 2,5 uur. Nou ja, kan ik wel even schrijven. We worden ouder. Ik ben nu 54 jaar. Dat heet dan van middelbare leeftijd. Toch voelt het nog vaak of ik nu pas op gang kom. Geen koophuis, geen auto, bijna geen spaarrekening. Maar wel veel tijd voor mezelf, geen burn-out, ik vond het fijn dat ik er kon zijn voor mijn ouders. Een fijn rommelhuis. Het is heel fijn dat Doerak bij ons woont. Een dier is zo fijn tegen stress. Ik probeer eeuwig op te ruimen maar het lukt ook eeuwig niet om alles op orde te krijgen. Maar daar moet ik ook maar niet naar streven. Ik moet me er ook maar bij neerleggen dat ik ben wie ik ben en dat veel dingen niet zullen veranderen.
Breda. De zon gaat zakken. Het is alweer ietsje eerder donker. 28 juli 2026 Ik ging afgelopen vrijdag met mijn vader naar de huisarts. Hij wil niet naar een verpleeghuis, dan wil hij euthanasie. Hij had zelf een afspraak gemaakt. Ik ging met hem mee want dat leek me wel handig voor hem en ook voor mij. Het was een jonge vrouwelijke arts. Heel aardig en ze nam de tijd. Ik vroeg naar de praktijk, of ze zelf euthanasie uitvoerde. Als het niet wordt toegekend zei ze, dan stoppen mensen soms met eten of drinken. Maar dat lijkt me zelf geen fijne methode. Ik nam de papieren met tips en suggesties door. Toch wel ingewikkeld. Ik maakte een voorzet voor mijn vader. Dit is het geworden, ik heb maar wat zitten formuleren in mijn eigen woorden, mijn vader is niet van veel woorden maar ik wil het toch een beetje doordenken dus naar de situatie toe. Ik wil ook een verklaring voor mezelf maken. Jij had er toch ook één opgesteld en weleens laten lezen? Ik weet niet meer waar ik die kan vinden. WILSVERKLARING Reanimatie Als ik een hartstilstand dan krijg wil ik niet gereanimeerd worden Medische behandeling en euthanasie -Ik wil alle standaard medische behandeling die erop gericht is om mij beter te maken en pijn, lijden en ongemak te verlichten. Ik wil naar het ziekenhuis, de intensive care en mocht dit nodig zijn naar een tijdelijke revalidatie.
-In het geval dat ik in een staat kom dat overleg met mij moeilijk is: -door een beroerte -op de intensive care -na een hartaanval dan beslissen mijn kinderen in overleg met de artsen wat de beste behandeling is en wat wel of niet meer wordt gedaan. Het uitgangspunt hierbij is mijn levenskwaliteit. Is er nog levenskwaliteit of wordt het een uitzichtloos lijden? Met dit voor ogen beslissen zij voor mij. De beslissingsbevoegdheid van mijn kinderen is ook vastgelegd in mijn levenstestament dat bij de notaris is vastgelegd. -Wanneer ik niets meer zelf kan en continu volledig afhankelijk zal zijn van zorg, dus wanneer ik overal bij geholpen moet worden dan is dat voor mij uitzichtloos lijden. Ook wanneer ik niet meer kan leven zonder beademing, nierdialyse of sondevoeding. Dan wil ik geen levensverlengende behandeling. -Wanneer ik definitief niet meer in mijn eigen huis kan wonen en vanwege mijn lichamelijke of geestelijke toestand voor altijd moet verhuizen naar een verpleeghuis wil ik euthanasie. Ik heb dan een ondraaglijk en uitzichtloos lijden en geen menswaardig bestaan meer. Mijn vrouw is 1,5 jaar in Heerma State opgenomen geweest. Ze zat in een rolstoel en was volledig afhankelijk van hulp. Ik heb haar gedurende die 1,5 jaar elke dag opgezocht en ik heb daar genoeg gezien. Dat wil ik absoluut niet meer meemaken, dan wil ik een spuitje. Deze tekst is besproken met mijn kinderen Astrid Dekkers (17-11-1971) en Sylvia Dekkers (5-11-1973). Zij hebben de tekst gelezen en zijn op de hoogte van mijn wensen.
Ik heb je schrijfsels gekregen. Zo fijn om te lezen en de foto’s te zien. Net 29 juli, na middernacht Gisteren gaf ik een workshop in de Centrale Bieb, portret met houtskool. Toen ik erheen fietste blokkeerde mijn fiets en viel ik keihard op straat. Mijn hele been stijf. Toen met drie tassen verder gelopen. Het is tijd dat ik even vakantie krijg. Nog twee lessen te gaan. Vandaag heb ik me laten masseren, bij iemand die hier vlakbij woont. Een leuke vrouw, ze was even oud als ik. Een nek en rugmassage, iets korter en goedkoper dan bij Emmy. Het was wel nodig. Volgende week ga ik weer, anders loop ik helemaal vast. Mijn hand tintelt ook telkens dus er zit iets vast geloof ik. Verder heb ik heel de tijd weer opvliegers, ik zweet me helemaal te pletter. Het is zo vermoeiend ook. Ik slaap slecht door de hitte. In de les tekende iemand een leuk plaatje na uit mijn boek over Pompeï. Zie hieronder. Ik stuur het naar mijn man zei ze lachend. Hij ligt nu nog te slapen. Nou, lekker wakker worden is dat, zei ik.
1 augustus, zaterdagmorgen Wat een ontzettend mooi kleibeeld heb je gemaakt. Fascinerend. Hoe groot is het? Ik kan het niet goed inschatten. Je werk ziet er heel boeiend uit. De tekeningen en dan weer een opstelling ermee, het is een eigen universum. De foto’s van de landschappen in Friesland zijn heel fijn. Rustgevend. Heerlijk om zo op het water te zijn en de horizon is altijd rustgevend voor mij, ik denk omdat ik bij mijn ouders de horizon ook altijd zo goed zag, gewoon vanuit alle ramen en elke dag met het naar school fietsen in de polder. Ik lees net een interview over een man die kind was in de oorlog in een dorpje in Brabant. Hij schrijft dat zijn ouders geen radio hadden en geen krant lazen. Ze hoorden het nieuws alleen van anderen. Niet meer voor te stellen nu. Maar ook wel bevrijdend. We krijgen zoveel ellende over ons heen nu via het nieuws dat we er niks meer mee kunnen. We moeten het doseren. Anders kan je niet leven als mens. Gisteren zag ik in het filmhuis The Wizard of Oz. Uit 1939 met Judy Garland. Hij was werkelijk prachtig en zo ontroerend. Raar dat ik hem nooit zag want er moeten zoveel films hierna zijn gebaseerd op deze film. Misschien alleen al Charlie and the Chocolate factory: een fantasie landschap met Oempa-Loempa’s. Maar ook het kasteel van de heks, en het uiterlijk ‘the wicked witch’. Veel kende ik uit latere films. Dorothy, de hoofdpersoon, droomt over een andere plek op de wereld. Zou het daar beter zijn dan thuis? Ze wordt van huis geblazen in een wervelstorm en ontmoet een vogelverschrikker, een blikken man en een leeuw. Ze gaan op zoek naar de Wizard. Die kan de vogelverschrikker hersens geven, de blikken man een hart en de leeuw moed. Zaken die je als mens nodig hebt: verstand, liefde en moed. ‘Sommige mensen praten alleen maar, maar ze hebben toch geen hersens’. Er wordt hard gelachen in de zaal. Ik denk dat iedereen aan Trump denkt. De acteurs zijn zo goed, de kostuums heel leuk. De liedjes zijn mooi en ontroerend en de film is heel grappig. Er zit ook onschuld in de film. In het Volkskrant magazine lees ik het dagboek van een 17 jarige over haar feestvakantie. Ik vind het toch wel schokkend. Drinken, vapen en seks. Iedereen is jong geweest en ik gun dat je mag genieten. Maar dit is op een manier die ik niet herken. Zo hard, gevoelloos. Geen voorzichtige vakantieliefde maar jezelf verdoven en dan seks als een consumptie artikel. Het is leeg en kil en gevaarlijk. Gekaapt door het geld. Een pakket kopen van een ‘propper’. Naar clubs, een partyboot en festivals.
Dorothy was ook rond de 17 jaar denk ik. Een meisje in een zomerjurk met een hondje en rode schoentjes. Met vrienden.