Het verhaal begint in 1959 met Mariam, een vijfjarig meisje dat buiten Herat woont met haar moeder Nana. Mariam is de onwettige dochter van de rijke zakenman Jalil, die haar elke donderdag bezoekt in de kolba, een eenvoudige lemen hut. Nana vertelt Mariam over haar eigen verleden als dienstmeisje bij Jalil, hoe ze zwanger raakte en werd weggestuurd. Ze waarschuwt Mariam voor de harde realiteit…
A Thousand Splendid Suns is een roman van Khaled Hosseini die het leven van twee Afghaanse vrouwen volgt. Het eerste deel introduceert Mariam, geboren in 1959 als onwettig kind van de rijke zakenman Jalil en zijn voormalige dienstmeisje Nana. Mariam woont met haar moeder in een eenvoudige lemen hut buiten Herat.
Het verhaal beschrijft Mariams jeugd in de kolba, waar ze opgroeit met de wetenschap dat ze een harami is, een bastaard. Haar moeder Nana vertelt haar over het verraad van Jalil, die hen uit zijn huis zette. Jalil bezoekt Mariam elke donderdag met verhalen over de glorie van Herat, maar Nana waarschuwt haar dochter voor zijn leugens.
Nana deelt haar eigen tragische verhaal: ze was verloofd op vijftienjarige leeftijd, maar de verloving werd verbroken nadat een djinn haar lichaam binnendrong en ze epileptische aanvallen kreeg. Jalil bouwde de kolba als boetedoening, met hulp van zijn zonen Farhad en Muhsin. Het huisje heeft twee bedden, een tafel, stoelen en een kachel.
Het eerste deel eindigt met twee tegenstrijdige versies van Mariams geboorte. Nana beweert dat ze alleen beviel op de vloer van de kolba, zonder medische hulp, terwijl Jalil zegt dat hij een dokter en een ziekenhuis regelde. Deze tegenstelling tussen de verhalen van haar ouders vormt de basis voor Mariams zoektocht naar haar identiteit.