2026 Zomer

Juni 2026 Mijn moeder leeft niet meer. Ze stierf op vrijdag 5 juni, rond 8.20. We zagen dat ze de laatste tijd achteruit ging, het eten en drinken werd minder. Ze werd stiller en zei bijna niks meer. Op 18 mei hadden mijn zusje en ik een gesprek met de eerste verzorgende en met de arts, op mijn verzoek. Ik zei dat ik het belangrijk vond dat ze niet onnodig pijn leed. Ma nam haar paracetamol niet meer in en spuugde het soms uit en ik vroeg me af of ze niet teveel pijn had als ze het niet binnenkreeg. Toen werd besloten om de paracetamol als zuigtablet aan te bieden. Wanneer dat niet mee zou gaan zou ze een fentanyl pleister krijgen als pijnstilling. Op 25 mei, Tweede Pinksterdag was ik nog bij ma, ik weet niet meer wat we deden, misschien even naar het restaurant. In de avond was er in de huiskamer heel veel eten over, dat nam ik mee voor mijn buurman. Een paar dagen later stelde de zorg voor om de fentanylfepleister te gaan plakken. Die kreeg ze vanaf donderdag 28 mei. Mijn zusje was er vrijdag, toen was ma goed te spreken. In het weekend ging ik wandelen met Alet, een NS-wandeling Culemborg-Beesd. Ik had Alet al heel lang niet gezien. Maandag en dinsdag gaf ik les. Dinsdag was leuk, twee groepen na elkaar. Een vervangles in Benoordenhout, samen met Helen waar ik altijd erg om moet lachen. Thuis belde ik pa. Hij huilde en zei dat het helemaal niet goed was met ma. Hij had om de arts gevraagd, de zorg zelf had geen actie ondernomen. Ik keek in het dossier. Eerst keek ik altijd elke dag in het dossier maar dat werd me te zwaar. Het is echt een verhaal van een neergang dus soms ik keek ik maar om de paar dagen. In het dossier las ik dat ma op maandag al niet lekker was. Op dinsdag had een zorgmedewerker haar al om 8.00 uit bed gehaald. David, stond er als naam. Ik was er kwaad om want dat is niet haar routine, ze mag niet vroeg uit bed want dan zit ze te lang in haar rolstoel. Dat wil dus ook zeggen dat men kennelijk niet in de laptop kijkt wat het zorgplan is. David was kennelijk weer een nieuwe kracht. Zo jammer dat er niet wat minder mensen werken dus dat er minder wisseling is in het personeel. Ik was er echt kwaad over dus ik mailde de eerste verzorgende.

Ik belde mijn zusje of ze naar pa kon gaan die bij ma was. De verpleegkundige was geweest, ma had koorts. De volgende dag zou de arts komen. Mijn zusje bleef in de nacht bij ma. Waarschijnlijk had ma een ontsteking. Ik kwam woensdagochtend, ik had mijn lessen voor woensdag en donderdag afgezegd. De arts was vrij (dan is er dus geen arts in huis terwijl er 160 mensen wonen), maar ik was wel gebeld door de verpleegkundige. Dat was Indy, een hele jonge jongen, heel sympathiek. Alles ging nogal rommelig, een arts kregen we niet te spreken. Er kwamen wel twee dames van de palliatieve zorg. Ik ben woensdagnacht gebleven, toen werd er morfine ingezet. Ik lag op een klapbedje naast ma. Er werd gezegd om de familie te informeren. Woensdag kwam een tante en oom langs, donderdag nog meer familie, het werd wel erg vol naast het bed met broers en zussen van ma. Léon zou vrijdag komen. Donderdagavond was ik best wel op. De morfine zou nu standaard om de 4 uur komen. Ik twijfelde of bij mijn vader zou slapen of een nachtje thuis maar ik ging toch maar naar Den Haag. Mijn zusje zou bij ma blijven slapen. Pa was zo emotioneel. Het was één bonk emotie in de kamer. Hij hing boven ma. Laat haar, dacht ik. Ik kon het niet goed aanzien, pa leek zo hulpeloos. Laat ma een beetje met rust. Ma was heel de tijd heel erg heet, ze had enorme koorts. Dat heet terminale koorts weet ik nu. Ik depte haar met een washand. Ik herinnerde me dat toen mij oma stierf in het ziekenhuis dat ik toen met ma ook bij haar was geweest en dat we ook met zo’n washandje in de weer waren geweest. Als je morfine krijgt krijg je geen drinken meer. Naast morfine kan je ook een slaapmiddel krijgen en een spierverslapper. Op vrijdagochtend 5 juni werd ik wakker, ik was ontzettend moe dus ik keek pas laat op mijn telefoon. Om 6.00 had ze nog morfine gekregen schreef mijn zusje. Ze was rustig. Daaronder stond om 9.30 dat ze net overleden was. Ik kom eraan, schreef ik. Gek, ik werd net wakker en ma was gestorven. Ik was altijd benieuwd of ik het zou voelen als ze zou sterven. Snel naar Hollands Spoor. Bij het station vond ik nog een portemonnee. In de trein stuurde ik via linked in een berichtje naar deze persoon, dat de portemonnee bij de klantenservice van het station lag. ‘Moge veel goede dingen op je pad komen’ schreef de vrouw. Nou, dacht ik, mijn moeder is dood.

Toen ik bij Heerma State aankwam zat pa naast het bed en Sylvia ook. Pa was om 7.30 gekomen. Hij zei ‘bedankt voor alles’, ma keek hem aan toen stierf ze in zijn armen. Ik vind het wel mooi voor pa dat hij erbij was en mijn zusje ook. Pa wist een begrafenisondernemer die hij wilde dus die die was gebeld en hij kwam al om 11.00. Ik was er net. Altijd een bizar beroep. Een man en vrouw met serieuze gezichten die je dan condoleren. Pa en Sylvia wachten op de gang. Ik hielp met ma op een brancard leggen. Banden erover, laken, nog een doek. Ik legde nog een bloempje op haar uit de vaas en toen reden we de gang in. Het personeel stond naast de lift en daarna buiten op een rijtje. Ma ging een busje in. We pakten wat spullen en gingen naar pa. In de middag kwam de uitvaartverzorger, hij heette Marcel, om alles te bespreken. Het was jammer dat mijn moeder zelf nooit haar wensen had geuit dus nu moesten we het zelf maar invullen. Zelfs begraven of cremeren wist pa niet. Mijn zusje en ik hadden het idee dat ma cremeren altijd een beetje eng vond dus we stuurden het op begraven aan. En dan waar? Ik opperde Nieuw-Vossemeer waar ze geboren is. Daar liggen ook opa en oma nog op de begraafplaats en drie broers en één zus. Toen wie uit te nodigen? Pa zei bij elk adres ja, dus kwamen we aan wel 180 personen. De familie is groot. Dan alle buren, die zijn heel belangrijk op het platteland. En dan nog vrienden en kennissen. Marcel zei dat hij dan wel even moest zoeken voor een locatie. Pa wilde perse niet in de kerk en mijn zusje en ik wilden niet in een crematorium hal. Marcel zou op zoek gaan naar een locatie. Hij zei als we het wilden dat we ma zelf aan konden kleden in het mortuarium. Mijn zusje wilde dat wel en ik zei dan kom ik ook. Dit had ik achteraf eigenlijk liever anders gewild. Marcel waarschuwde ons voor het beeld. Ze lag naakt op een ijzeren tafel onder een laken in fel licht. Maar zei hij ‘als ze is aangekleed en in een andere kamer ligt dan wordt het heel anders.’

Ik had ma liever niet zo gezien. Ik herkende haar helemaal niet terwijl ik haar een dag ervoor nog gezien had. Mijn zusje had hetzelfde. Als ik dit beeld maar van mijn netvlies krijg, zei ze. Pa stapte ook nog de ruimte in, hem had ik dat ook willen besparen. Er was wel een fijne dame die ons hielp maar wat een gesjor om die kleren aan te krijgen. Ma was heel erg koud, ze kwam uit een vriescel en ze was ontzettend mager. Ze had een incontinentieluier aan. Daar word je dus in begraven. Pa vroeg hoe koud de vriescel was. 4 graden zei de man. Ik was al tegen opbaren en gesjor aan je lijf maar nu ik dit heb gezien helemaal. We kregen het jasje niet goed aan en toen werd ma op haar zij gedraaid met een handdoek rond haar mond. Niet fijn om te zien. Ik moest heel de tijd denken aan wat Mirjam me verteld had over een joodse begrafenis. Er komt dan een speciale groep mensen die het lichaam wassen maar dat gebeurd onder een laken. Je mag de overledene niet zien want die kan jou ook niet meer aankijken. Vervolgens krijgen alle overledenen hetzelfde doodskleed aan. Er is er een voor een man en een voor een vrouw. Het zijn grote ruime witte hemden die makkelijk aangaan, dus geen gesjor. Als laatste komt de familie binnen en die mag dan de sokjes aandoen bij de overledene. Dat vind ik eigenlijk wel een mooi ritueel. Ik denk nu echt, laat de dode met rust. Gewoon een gewaad of doodshemd en dan de kist in. Niks opbaren. Alles moet je heel snel beslissen als er niks is vastgelegd en dat is niks voor mij. Ik kan al een week doen over zo’n kist uitkiezen. Uiteindelijk beslis je gewoon snel wat samen en dat is ook prima maar ik heb gewoon moeite met snel beslissen. De mooiste kist was ook de duurste dus die namen we maar niet. Maar we kozen wel voor echt hout. Populierenhout. Die groeiden ook vlakbij mijn ouders. Dan nog een kaart, tekst, adressen schrijven en de invulling van het afscheid. De locatie werd heel moeilijk, er was een mooie locatie maar die kon niet op vrijdag of zaterdag. Toen uiteindelijk dan een locatie vlakbij de begraafplaats, een groot restaurant/café waar ook ooit een tante trouwde. Op maandag konden we daar terecht en dan was de hele zaak voor ons. Maar er zat dus veel tijd tussen het sterven en de begrafenis. 10 dagen. Op zaterdag hebben we de kist gesloten samen met pa en Sylvia. Ik heb een schelpje in de kist gelegd. De ene helft in de kist, de andere heb ik. En een bloem uit de tuin. Op de deksel zaten doppen die je aanschroefde. Ik keek nog even door de spleet van het deksel, het werd donker in de kist en toen ging het deksel verder erop. We draaiden de schroeven aan.

De begrafenis, maandag 15 juni 2026, 11.00 Nieuw-Vossemeer Mijn zusje zei dat ze niet zou kunnen spreken, ze zou wel willen maar ze kon het niet. Aan pa heb ik het niet eens gevraagd, hij was zo verdrietig. Ik vond dus dat ik moest spreken en ik wilde het ook wel. Ik zag er wel tegen op. Zoveel mensen die kwamen. Lara wilde ook spreken. Ze had een heel erg mooi stukje geschreven, zo in één keer. Over de mails die oma haar stuurde, het tosti’s eten bij oma en dat ze moesten lachen om een bepaald liedje waarin oma zei dat ze dacht dat de zanger moest poepen. In ‘het Wagenhuis’ in Nieuw-Vossemeer stonden 140 stoelen, vooraan de kist met de bloemen erop. Wij wachten in een zaaltje achter. Marcel zou ons halen. We konden niks

zien. Komen er wel mensen dacht ik ineens. Het was heel stil, we hoorden helemaal niemand, je zou toch iets moeten horen dacht ik. Toen kwam Marcel. Het is afgeladen zei hij. We kwamen achter in de zaal door de zijdeur naar binnen. Het was doodstil. Het was heel gek want een half uur eerder hadden we de grote zaal gezien met allemaal lege stoelen en nu was ineens die hele zaal gevuld met mensen. Net alsof ze er ineens heen getoverd waren. Ik zag Pim, Petra, Nelleke, Roos. Ik wist helemaal niet dat Pim, Petra en Nelleke zouden komen. Het raakte me heel erg dat ze er waren. Van Roos wist ik dat ze kwam. Hester had aangedrongen dat ze ook wilde komen. Ik had alles een beetje afgehouden omdat er al zoveel mensen zouden komen en ik vond het ook wel veel gevraagd zo uit Den Haag naar Nieuw-Vossemeer. Toen begon het. We hadden muziek uitgekozen. Ik vond klassiek ook wel mooi maar achteraf was ik blij dat we dat niet hadden gedaan want dat paste niet zo goed in de sfeer van de plek. Die had toch meer het gevoel van een bruin café. Het beginnummer was Rollercoaster van Danny Vera. Dat had mijn zusje uitgekozen. Het was mooi. Ik wilde niet te heftig nummer aan het begin want ik dacht dan ga ik huilen en dan kan ik mijn verhaal niet meer houden. Ik was heel erg rustig, mijn vader huilde, ik had mijn arm om hem heen geslagen. Ik las mijn In memoriam voor. Ik keek over de mensen, ik was een beetje buiten mezelf, ik zag niet echt iets. Léon stond achter me mocht het mis gaan maar ik merkte niet eens dat hij daar stond. Na het In memoriam kwam er weer muziek en een compilatie van foto’s op een groot scherm. Mijn moeder vond Tears in heaven een mooi nummer maar dat paste eigenlijk niet bij veel beelden omdat die zo vrolijk waren. Trouwfoto’s, babyfoto’s. Ik had er ‘Als de dag van toen’ onder. Een beetje een cliché misschien maar ik vond het wel bij die tijd passen van de trouwfoto’s en op een bepaalde manier paste het eigenlijk heel mooi in die zaal en op die plek. Na dit vertelde Lara over haar herinneringen aan oma, dat ze tosti’s aten en dat ze mailde met oma. Over een liedje waarbij de zanger oeee zong. Hij moet poepen denk ik zei oma. Daarna luisterden we naar dat liedje. Lekker een luchtig nummer. Budapest van George Ezra. Toen sloot Marcel met een woordje. Ik hou er niet van als uitvaartondernemers te veel spreken maar het was ok. Na afloop duwden we de kist op de baar door het middenpad naar buiten. Onder Frank Boeijen. Mijn moeder hield van Frank Boeijen. ‘Afwezig’* Buiten liepen we de dijk af

langs het watersnoodmonumentje op een smal weggetje naar de begraafplaats. Nieuw- Vossemeer is wel een mooi plaatsje, met een hele lange dijk, waaraan mijn opa en oma woonden. Links was de begraafplaats met de kerk, rechts een dijkje. Alle mensen kwamen in een lange stoet achter ons aan naar de begraafplaats, het was een enorme sliert. We wisten zelf ook de plek van het graf nog niet. Dat werd toegewezen. Ik vind altijd die hoop zand een naar gezicht. Maar de plek van het graf was eigenlijk heel mooi want het was een open plek en alle mensen konden eromheen staan. Vanuit een ooghoek zag ik Roos gehurkt achter een boom foto’s maken. Bij het graf deed Marcel een laatste woord en iedereen kon toen bij de kist afscheid nemen. Toen iedereen weg was haalde pa de balkjes weg bij het graf en lieten Sylvia, Stefan, Léon en ik de kist dalen in het graf. Toen we weer terugkwamen in de zaal leek er weer getoverd. Iedereen zat nu aan lange tafels met koffie en broodjes en worstenbroodjes (het blijft Brabant). We voegden ons bij de mensen, ik ging naar de tafel met Petra, Pim en Nelleke.